Oefening 1

  1. In Spanje is dat niet zo
  2. Vooral het zuiden van Spanje is erg zonnig
  3. Als Jan mocht kiezen, dan zou hij naar Spanje verhuizen
  4. In Nederland regent het namelijk ontzettend vaak

Oefening 2

  1. Hier in Nederland was het toen juist ontzettend zonnig
  2. Toen Lisa op vakantie was in Noorwegen regende het heel de week
  3. Dan schijnt de zon hier elke dag
  4. Misschien moet ze maar emigreren

Oefening 3

  1. Des te meer reden om vroeg op te staan
  2. Marja heeft het erg naar haar zin op de camping
  3. Het bed waar ze op slaapt bevalt haar minder goed
  4. Met name het zwembad kan haar wel bekoren

Oefening 4

  1. De moeder van Kees komt om vijf uur thuis
  2. Het is de eerste keer dat hij zijn moeder een week niet heeft gezien
  3. Kees heeft haar die tijd erg gemist
  4. Ze is een weekje naar het buitenland geweest

Oefening 5

  1. Voor Sonja geldt dit niet
  2. Zij gaat dit jaar naar Ijsland
  3. Veel mensen willen op vakantie naar een warm land
  4. Dat is weer eens wat anders dan Spanje of Portugal

Oefening 6

  1. Jan heeft vliegangst
  2. Maar de meeste verre landen zijn alleen bereikbaar per vliegtuig
  3. Een verre reis maken is voor hem dus een hele opgave
  4. Een cruise is natuurlijk wel een optie

Oefening 7

  1. Je moet er maar zin in hebben
  2. Liftend is ze van Amsterdam naar Parijs gegaan
  3. Sanne is op een aparte manier op vakantie geweest
  4. Het zou in ieder geval niets voor mij zijn

Oefening 8

  1. Hij zou eigenlijk wel drie keer per jaar willen gaan
  2. Mark vindt het heerlijk om op vakantie naar Frankrijk te gaan
  3. Helaas kan Mark maar één keer per jaar naar zijn favoriete vakantieland
  4. Mark houdt namelijk van het Franse eten en van het lekkere weer

Oefening 9

  1. Niet alles aan een vakantie is leuk
  2. Dan begint de vakantie pas écht
  3. Als dat eenmaal achter de rug is, dan ben ik altijd dolgelukkig
  4. Het inpakken is altijd een hels karwei

Oefening 10

  1. Nederlanders zijn blijkbaar overal
  2. Vorige zomer was ik op vakantie in Griekenland
  3. Achter mij hoorde ik twee mannen Nederlands praten
  4. Ik liep door een klein dorpje toen ik plotseling iets geks hoorde
Vragen

Vraag 1 / 10

Oefening 1:

Wat is de juiste volgorde?

  • 4-1-3-2
  • 2-4-1-3
  • 3-4-1-2
  • 3-2-1-4

Oefening 2:

Wat is de juiste volgorde?

  • 2-4-1-3
  • 1-4-3-2
  • 2-1-4-3
  • 2-1-3-4

Oefening 3:

Wat is de juiste volgorde?

  • 4-3-2-1
  • 2-4-3-1
  • 4-1-2-3
  • 2-1-3-4

Oefening 4:

Wat is de juiste volgorde?

  • 2-3-1-4
  • 3-4-1-2
  • 1-3-4-2
  • 1-4-3-2

Oefening 5:

Wat is de juiste volgorde?

  • 3-1-2-4
  • 3-4-1-2
  • 2-4-3-1
  • 1-2-4-3

Oefening 6:

Wat is de juiste volgorde?

  • 4-2-3-1
  • 1-3-4-2
  • 2-3-4-1
  • 1-4-3-2

Oefening 7:

Wat is de juiste volgorde?

  • 3-1-4-2
  • 2-4-1-3
  • 3-2-1-4
  • 1-2-4-3

Oefening 8:

Wat is de juiste volgorde?

  • 1-4-2-3
  • 3-4-1-2
  • 1-4-2-3
  • 2-4-3-1

Oefening 9:

Wat is de juiste volgorde?

  • 1-4-3-2
  • 4-3-1-2
  • 3-1-2-4
  • 3-4-2-1

Oefening 10:

Wat is de juiste volgorde?

  • 3-2-4-1
  • 2-4-3-1
  • 2-3-4-1
  • 1-2-3-4