Toetsweergave

Lees onderstaande tekst en beantwoord de vragen in de rechterkolom.

Succes!

 

Een goede bui

(1)   Het kan stralend zijn, verraderlijk, zonovergoten, wisselend of typisch Nederlands. Het is een favoriete gespreksopener, als we bijvoorbeeld op de kappersstoel plaatsnemen. Als er dan wordt verwezen naar een vierpotig huisdier of een Middeleeuws kwelvirus, is het meestal van mindere kwaliteit. Onze bui laten we er trouwens ook graag van afhangen, de thermometer is niet voor niets een vooraanstaande pijler van ons humeur! ’t Giet zoals het giet horen we de Friezen zeggen, die trouwens zelf pas beginnen te ontdooien, zodra het begint te vriezen. Zelden is het perfect in de ogen van Nederlanders, waardoor klagen over het weer onderhand een volkssport geworden is.

(2)   Nederland kent volgens het systeem van Köppen een gematigd zeeklimaat. Dat wil zeggen: milde winters, zachte zomers en het hele jaar moet je rekening houden met een plensbui. Er zit zo’n 15 graden verschil tussen de gemiddelde temperatuur in januari en juli. Omdat we naast een zee zijn gaan wonen, in een gebied waar de hoogste heuvel 323 meter hoog is, kunnen we niet rekenen op brandende zomerzon en een jaarlijkse Elfstedentocht. Voor zongarantie kun je je overigens beter als de bliksem zuidwaarts afreizen, (..1..) een voordeel van ons klimaat is dat het zeer geschikt is voor het bedrijven van landbouw.

(3)   In Nederland werken we met een vierkleurig waarschuwingssysteem. Groen betekent dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat er bliksem, forse wind of hevige neerslag op komst is. Code geel betekent kortweg: wees alert. Het weer zou je zomaar eens kunnen verrassen door bijvoorbeeld plotselinge gladheid of rukwinden. Bij code oranje is er een grote kans op gevaarlijk of extreem weer waarbij de impact groot is en er kans is op schade, letsel of veel overlast. Bij code rood is het ten zéérste aan te raden binnen te blijven. Verwarm een kop chocolademelk, zet je fiets aan een lantaarnpaal vast en verzamel al wat emmers onder de zwakke plekken in het dak.

(4)   Gelukkig is het niet alleen misère wat het weer ons brengt. We worden er steeds handiger in om stroom op te wekken met wind, zon en water. Het is tegenwoordig geen hogere wiskunde meer om met een set zonnepanelen op het dak je eigen stroom op te wekken en zelfs terug te leveren aan het net. Windmolens maken steeds vaker deel uit van het landschap. Sinds kort plaatsen we deze ook graag op zee, waar de wind sterker is en ons uitzicht er niet onder te lijden heeft. Bij de Rijn stroomt dagelijks 2,2 miljoen liter water per seconde ons land in. Vanaf dat punt gemeten tot aan de zee is er een hoogteverschil van zo’n 10 meter. Door op strategische plekken stuwdammen te bouwen, voorzien van visvriendelijke vijzelturbines, weten Nederlanders hier steeds meer energie uit te winnen. In het geval van de Maas is er zelfs een hoogteverschil van 45 meter. Daar valt dus heel wat (..2..) te winnen!

(5)   Bij het KNMI doen ze onderzoek naar het weer. Daarvoor maken ze gebruik van allerlei meetinstrumenten, maar ook van de beelden die satellieten aanleveren. Met deze informatie èn met hun meteorologische kennis en ervaring wordt er een voorspelling gedaan over het weer van de komende uren, dagen en weken. Het KNMI beheert in Nederland ruim 30 automatische weerstations die continu de windrichting en –sterkte, de temperatuur, de relatieve vochtigheid, de neerslag, de globale straling van de zon, zicht en luchtdruk meten, evenals neerslagsoort en weertype. Niets is veranderlijker dan het weer, de weermannen geven dan ook garantie tot de voordeur. Het is geen wonder dat dit vaak de plek in huis is, waar de laarzen, paraplu's, poncho’s en regenpakken te vinden zijn. Om de zonnebrandcrème te vinden, moet je vaak wat langer zoeken. En áls dan de zon schijnt, is het ‘weer’ niet goed..

 

 

Vragen

Vraag 1 / 15

Waarnaar verwijst ‘Het’ in alinea 1?

  • het weer
  • noodweer
  • het klimaat
  • de weersverwachting

Naar welke zaken verwijst de schrijver in het stukje ’een vierpotig huisdier of een Middeleeuws kwelvirus’?

  • een konijn en koorts
  • een hond en pokken
  • een kat en de pest
  • een cavia en scheurbuik

Welke conclusie kun je trekken op basis van alinea 1?

  • Nederlanders klagen graag over het weer
  • Het is vaak slecht weer in Nederland
  • Als het warm is, klaagt men alsnog
  • Friezen zijn stugge mensen

Op wat voor verband duiden de woorden ‘dat wil zeggen’?

  • tegenstelling
  • vergelijking
  • toelichting / uitleg
  • voorwaarde

Köppen was een …

  • filosoof, orthopedagoog en psycholoog
  • geograaf, meteoroloog en klimatoloog
  • paleontoloog, historicus en vinoloog
  • cardioloog, internist en laborant

Wat is het thema van alinea 3?

  • weerwaarschuwingen
  • gevaarlijk weer
  • code rood
  • het KNMI

Welke kleurcode zal het KNMI het meest gebruiken?

  • code oranje
  • code groen
  • code rood
  • code geel

Wat is de beste samenvatting van alinea 4?

  • Nederlanders winnen tegenwoordig ook energie uit rivieren
  • We winnen steeds meer zonne-, wind- en waterenergie
  • Nederlanders worden steeds milieubewuster
  • Slecht weer heeft ook voordelen

Naar wat voor net verwijst de schrijver in alinea 4?

  • een elektriciteitsnet
  • een beveiligingsnet
  • een televisienet
  • een visnet

Welk woord kun je het best in vullen op plek 1?

  • want
  • maar
  • toch
  • ook

Welk woord kun je het best in vullen op plek 2?

  • wedstrijden
  • elektriciteit
  • water
  • geld

Wat is de gemiddelde temperatuur in januari en juli in Nederland ongeveer?

  • 2°C en 17°C
  • 6°C en 27°C
  • 10°C en 20°C
  • 17°C en 29°C

Wat betekent ‘meteorologische’ in alinea 5?

  • geschiedkundige
  • weerkundige
  • aardkundige
  • biologische

Welke omschrijving van ‘poncho’ past het best in deze tekst?

  • Mexicaanse cape
  • manteldoek
  • regelcape
  • kledingstuk

Welk stijlfiguur gebruikt de schrijver in de laatste zin?

  • woordspeling
  • synoniem
  • antoniem
  • herhaling